Eergisteren werd De school is van iedereen voorgesteld in deSingel in Antwerpen. Robert Voorhamme, de Antwerpse schepen voor Onderwijs en auteur van het boek, trok in zijn inleiding fel van leer tegen het zittenblijven. Bovendien ziet hij de digitalisering van het onderwijs als een noodzakelijke stap om een gediversifieerdere aanpak mogelijk te maken. Lees hier een groot deel van de speech van Voorhamme.
Ook Peter Adriaenssens en Guy Tegenbos, die het voor- en nawoord van De school is van iedereen verzorgden, zijn van mening dat de hervorming van het onderwijs van de hoogste urgentie is. Guy Tegenbos: ‘Neem zelf het recht in handen. Doe dat in Antwerpen, waar de gemeenschappelijke druk zo groot is dat je er ook een draagvlak voor kunt creëren.’ Adriaenssens: ‘We zouden een soort “Kom op voor onderwijs” moeten organiseren.’
Update: De school is van iedereen wakkert in de media het debat over onderwijs aan, een overzicht.
13/06 ‘Ga radicaal voor digitaal’ – interview met Robert Voorhamme in De Standaard
15/06 ‘Een school van nobody’s’ – Auteur Marc Reugebrink vindt dat Voorhammes visie kortzichtig is.
18/06 ‘Nobody left behind’ – Robert Voorhamme reageert op Reugebrinks kritiek.
21/06 ‘Voorhamme: het vervolg’ – Weerwoord van Marc Reugebrink op zijn blog
20/06 ‘Durf zittenblijven af te schaffen’ – Robert Voorhamme pleit in De Morgen voor het afschaffen van het C-attest.
20/06 ‘Geen B-attesten meer in eerste graad secundair’ – Minister van Onderwijs Pascal Smet vindt in dezelfde krant dat B-attesten eruit moeten.
21/06 ‘Minister, speel niet met de toekomst van onze kinderen’ – André Oosterlinck vreest dat hervormingen de uitdaging van het onderwijs zullen wegnemen.
22/06 ‘Nog twee uur wiskunde en amper Nederlands’ – Luc Heyerick stelt een ander lesprogramma voor de eerste graad voor.
22/06 ‘De tirannie van de leuke school’ – Robert Van Puyvelde vindt het in De Standaard normaal dat leren niet altijd leuk is
Op de presentatie vielen harde woorden:
Het filmpje dat hoort bij De school is van iedereen:
Meer weten over de nieuwe school?
www.deschoolisvaniedereen.be



Borgerhout 16 juni 2012
Geachte heer Voorhamme,
Beste Robert
Met grote belangstelling heb ik uw boek verslonden. Veel van uw argumenten herken ik. Met Marc Van Praet probeerden we in 1996, vanuit een vanzelfsprekendheid, netoverschrijdend samenwerken te realiseren.
Ik ben het volledig eens met alle argumenten in het boek. Mijn persoonlijke analyses, ingegeven vanuit ervaring aan de onderkant van de waterval, zijn wel anders gekleurd. Deze kunnen leiden tot andere klemtonen en oplossingen. Ik hoop dat deze de discussie kunnen verrijken en een aantal beleidsvoorwaarden kunnen aanscherpen.
De omgevingsfactoren waar onze scholen in de stad Antwerpen zich bevinden veranderen steeds sneller en diepgaander. De evolutie van de grootstedelijke context lijken exponentieel te verlopen. Onderwijs ondergaat dit en probeert aan steeds wisselende behoeften te beantwoorden. In 1998 beschreef ik, ook samen met Marc Van Praet, het demografisch argument via het probleem van de stadsvlucht. Hoe je het draait of keert – 22.000 mensen die actueel de stad jaarlijks verlaten versus 27.000 die de stad binnenkomen – dit doet iets met de stad, haar structuren, sociale weefsel, haar inwoners. De grenzen van het adaptatie vermogen van organisaties en mensen wordt ver overschreden. Dit kan via politiek correcte uitgangspunten niet weggeveegd worden. Ik weet dat jij dit niet doet, maar de politieke stellingname dat deze veranderingen een historische constante is klopt niet, noch in haar omvang, samenstelling als de aard van de migratie. Dit mondiaal fenomeen is een unieke werkelijkheid die inderdaad niet terug te draaien is. De probleemstelling wordt er daarmee niet minder om.
Ook onze gezinnen, de sociale omgeving zijn onderhevig aan grote veranderingen waarvan het belangrijkste probleem in onze stad vertaald wordt in armoede. Als scholen ervaren we als eerste wanneer leerlingen geen eten hebben en het ook niet kunnen kopen. Wij weten wat er gaande is in de straat, onze stad. Als onderwijs zijn we de thermometer van de wijk, niet het medicijn. Onderwijs kan niet aan sociale politiek doen, ze ondergaat die.
De vaststelling dat onderwijs niet langer haar emancipatorische kracht kan waarmaken is correct, maar steunt volgens mij op een verkeerde analyse. De wijze waarop emancipatie van grote groepen in Vlaanderen -15% middenklasse na de tweede wereldoorlog, 65% in de jaren 80 – zich voltrok was het resultaat van een maatschappelijk programma gestuurd door het gepolitiseerd middenveld. Het is niet het onderwijs dat de emancipatorische motor was, zij was wel het instrument in het verlengde van het christen- en sociaal democratisch middenveld. Dit succesverhaal kan volgens mij de basis vormen voor nieuwe inzichten.
Vandaag moet ik vaststellen dat de tweedeling in de samenleving zich voltrokken heeft. Deze is totaal, zowel vanuit sociaal, cultureel of economisch standpunt. Uw analyse over verscheidenheid klopt maar gedeeltelijk en is volgens mij ondergeschikt aan een nieuw klasse-probleem dat ik wil omschrijven als middenklasse versus een groeiende non-middenklasse.
Frank Vandenbroucke en bij uitbreiding u en de sociaal democratie dromen ervan de emancipatorische bewegingen van de jaren 70/80 terug op gang te brengen waardoor de middenklasse terug kan vergroten, de 65 % kan overschreden worden.
Ikzelf geloof daar niet in, het instrument onderwijs kan daar ook niet voor gebruikt worden. De oplossing ligt hem bij het middenveld, het politiseren van hun dromen en het versterken en ondersteunen van hun invloed. Maatschappelijke verandering is maar mogelijk wanneer de klassieke sociale bewegingen zich terug willen verbinden met de non-middenklasse. Een breed draagvlak ontstaat pas naarmate groepen via zelforganisatie zichzelf kunnen definiëren.
De vele probleemstellingen in de analyses hebben wel degelijk een hiërarchie. In de eerste plaats gaat het hier over de dromen van ouders en hun kinderen. Al de rest is ondergeschikt en utilitair. Schuldvragen zijn niet aan de orde. Onze scholen, ouders, maar ook onze jongeren, willen allen het beste. Zaak is dus de transitie in deze stad, hoe bevreemdend ook, positief te vertalen. Het blijft mijn overtuiging dat dit een opportuniteit is voor het (katholiek) onderwijs in Antwerpen. Daarvoor zijn historische maar ook kwaliteitsargumenten.
Uw boek versterkt mij in dit optimisme.
Hoe dan ook uw aanzetten zijn in die mate concreet en tergend haalbaar dat ze de volle steun verdienen.
Je mag op mij rekenen, ik doe mee.
Luc Lamote
Uw directeur